De Penitentiaire Beginselenwet

De Penitentiaire Beginselenwet

De Penitentiaire Beginselenwet is van toepassing waar vreemdelingen verblijven die illegaal in Nederland zijn aangetroffen. Deze wet, die ziet op voorlopig gehechten en strafrechtelijk veroordeelden, kent twee soorten regimes: het regime van beperkte gemeenschap voor vreemdelingen in vreemdelingenbewaring en voorlopig gehechten, en het regime van algehele gemeenschap voor strafrechtelijk veroordeelden zonder contra-indicaties. Er zijn geen specifieke bepalingen voor de detentie van vreemdelingen opgenomen.

Het regime voor ongedocumenteerden die in detentie worden geplaatst nadat zij al in Nederland hebben verbleven, is dus hetzelfde als voor mensen die vanwege een strafrechtelijke detentie vastzitten. Dit betekent dat zij op cel verblijven tenzij er een programma aangeboden wordt. Het programma voor vreemdelingen is echter minder groot omdat zij niet in aanmerking komen voor verlofregelingen en activiteiten gericht op terugkeer naar de samenleving, en zij slechts een beperkte mogelijkheid hebben tot arbeid, recreatie en sport. Zij brengen dan ook meer tijd door op cel dan voorlopig gehechten en strafrechtelijk veroordeelden. Zij mogen minimaal 18 uur per week buiten de cel doorbrengen. Deze tijd wordt gebruikt voor recreatie, luchten, bibliotheek, sport, geestelijke verzorging, creatieve vorming en bezoek. Als er geen activiteit is, zijn de bewoners vrij te recreëren op de afdeling.

Hieronder zijn de belangrijkste rechten en plichten uit de Penitentiaire Beginselenwet ten aanzien van de detentieomstandigheden weergegeven:

  • een gedetineerde heeft het recht brieven en stukken per post te verzenden en te ontvangen (art 36 Pbw)
  • een gedetineerde heeft het recht twee uur bezoek te ontvangen, hoewel hier beperkingen aan kunnen worden gesteld (art. 39 Pbw)
  • een gedetineerde heeft het recht minimaal éénmaal per week tien minuten te telefoneren (art. 39 Pbw)
  • een gedetineerde heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden en te beleven (art. 41 Pbw)
  • een gedetineerde heeft recht op verzorging door een aan de inrichting verbonden arts (art. 42 Pbw)
  • de directeur moet er voor zorgen dat aan de gedetineerde voeding, noodzakelijke kleding en schoeisel worden verstrekt. De gedetineerde heeft recht op het dragen van eigen kleding en schoeisel, tenzij die een gevaar kunnen opleveren voor de orde of de veiligheid in de inrichting (art 44 Pbw)
  • een vreemdeling heeft recht op het kennis nemen van het en het wekelijks gebruik maken van een bibliotheekvoorziening (art 48 lid 1 Pbw)
  • een gedetineerde heeft recht op lichamelijke oefening en het beoefenen van sport gedurende ten minste tweemaal drie kwartier per week, voor zover zijn gezondheid zich daar niet tegen verzet (art. 48 lid 2 Pbw)
  • een gedetineerde heeft recht op recreatie, gedurende ten minste zes uren per week. (art. 49 Pbw)
  • een gedetineerde heeft recht op dagelijks verblijf in de buitenlucht, voor ten minste één uur (art. 49 Pbw)
  • de directeur kan een gedetineerde bij verstoring van de openbare orde tijdens zijn bewaring direct straffen met opsluiting in een strafcel dan wel een andere verblijfsruimte voor ten hoogste twee weken, met ontzegging van bezoek voor ten hoogste vier weken (indien het feit plaatsvond in verband met bezoek van die persoon of personen) en met uitsluiting van deelname aan een of meer bepaalde activiteiten voor ten hoogste twee weken (art. 50 en 51 Pbw)