Jurisprudentie visitatie

Jurisprudentie visitatie

17 februari 2016, KC 2016/010

Klager beklaagt zich over de visitaties die hij op 18 oktober 2015, 4 december 2015, 18 december 2015 en 24 januari 2016 heeft ondergaan.  Door de visitaties is er sprake van schending van de fysieke integriteit van klager dit terwijl geen sprake is van ernstige veiligheidsrisico’s die dit rechtvaardigen. De directie verwijst naar de jurisprudentie van de RSJ over visitatie en met name de uitspraak van 17 februari 2014 met nr. 13/4049/GA. waarin staat dat het gebruik van de  randomizer is goedgekeurd en dat er 2 x per maand gevisiteerd mag worden.  Verder is visiteren na bezoek een standaard bevoegdheid van de directeur op grond van artikel 29 Pbw. De beklagcommissie begrijpt dat visitatie een ingrijpend middel is, maar acht het noodzakelijk in verband met het terugdringen van de aanwezigheid van drugs in de inrichting. De klacht is ongegrond verklaart.