Reglement Grenslogies

Het Reglement Regime Grenslogies

Het Reglement Regime Grenslogies is van kracht voor vreemdelingen die in grensdetentie of in uitzetcentra verblijven. Dit regime is wat ruimer dan het regime in vreemdelingenbewaring.

Op grond van art. 4 van het Reglement mag de vreemdeling bij de tenuitvoerlegging van de bewaring niet verder worden beperkt in de uitoefening van zijn grondrechten dan wordt gevorderd door het doel van de maatregel en de handhaving van de orde en veiligheid. Dit betekent dat de vreemdeling alleen tijdens de lunch, het avondeten en de nacht in zijn cel mag verblijven. Het is niet toegestaan om de vreemdelingen disciplinaire maatregelen of ordemaatregelen buiten de eigen kamer op te leggen en zij hebben een gunstigere bezoek- en telefoonregeling. Het is een sober regime dat bedoeld is voor een kortstondig verblijf. Doel is immers dat de vreemdeling het land snel verlaat.

Hieronder zijn de belangrijkste artikelen uit het regime ten aanzien van de detentieomstandigheden weergegeven.

Artikel 4

  1. De vreemdeling wordt aan geen andere beperkingen onderworpen dan die volstrekt noodzakelijk zijn om zijn verblijf in het grenslogies te verzekeren alsmede om de veiligheid en de orde aldaar te handhaven.
  2. De vreemdeling is gehouden bevelen gegeven door of namens de directeur ter verzekering van zijn verblijf alsmede ter handhaving van de veiligheid en orde in het grenslogies op te volgen.

Artikel 5

  1. Met inachtname van de beperkingen en de bevelen ingevolge artikel 4 is de vreemdeling bevoegd:
  • zich binnen het grenslogies vrij te bewegen;
  • bezoekers te ontvangen in een daartoe door de directeur aangewezen ruimte;
  • brieven een andere poststukken te ontvangen en, voor eigen rekening, te verzenden;
  • voor eigen rekening te telefoneren.
  1. De directeur kan de toelating van bezoekers afhankelijk stellen van hun bereidheid zich bij binnenkomst aan hun kleding te laten onderzoeken en door hen meegebrachte voorwerpen te laten controleren op de aanwezigheid van voorwerpen of stoffen die een gevaar kunnen opleveren voor de veiligheid en de orde in het grenslogies. De directeur kan dergelijke voorwerpen voor de duur van het bezoek in bewaring doen nemen.
  2. Indien de handhaving van de veiligheid en de orde dit noodzakelijk maakt kan de directeur een bezoeker de toegang tot of het voortgezet verblijf in het grenslogies weigeren.
  3. De directeur kan brieven en poststukken doen onderzoeken op de aanwezigheid van voorwerpen of stoffen die een gevaar kunnen opleveren voor de veiligheid en de orde in het grenslogies. Hij is bevoegd dergelijke voorwerpen of stoffen, tegen afgifte van een bewijs van ontvangst, onder zich te nemen en te houden gedurende het verblijf van de vreemdeling in het grenslogies.

Artikel 6

  1. De directeur kan een vreemdeling aan zijn kleding en zijn bagage doen onderzoeken op de aanwezigheid van voorwerpen of stoffen die een gevaar kunnen opleveren voor de veiligheid en orde in het grenslogies. Hij is bevoegd dergelijke voorwerpen of stoffen, tegen afgifte van een bewijs van ontvangst, onder zich te nemen en te houden gedurende het verblijf van de vreemdeling in het grenslogies
  2. Bij binnenkomst van de vreemdeling en tijdens zijn verblijf in het grenslogies is de directeur bevoegd voorwerpen of stoffen die aan de vreemdeling toebehoren hem te doen ontnemen, indien deze een gevaar kunnen opleveren voor diens ongestoorde verblijf in het grenslogies. Hij kan hiertoe de bagage van de vreemdeling alsmede diens verblijfsruimte op de aanwezigheid van dergelijke voorwerpen of stoffen doen onderzoeken. Hij is bevoegd dergelijke voorwerpen of stoffen, tegen afgifte van een bewijs van ontvangst, onder zich te houden gedurende het verblijf van de vreemdeling in het grenslogies.

Artikel 7

  1. De vreemdeling wordt ondergebracht individueel of in een groep, waarvan de directeur de samenstelling bepaalt. Aan elke vreemdeling of groep van vreemdelingen wordt een verblijfsruimte toegewezen. Gedurende de voor de nachtrust bestemde uren is de vreemdeling gehouden in de aan hem of aan de groep waartoe hij behoort toegewezen ruimte te verblijven.
  2. De directeur kan bevelen dat een vreemdeling in afzondering wordt geplaatst:
  • indien hij hierom verzoekt;
  • indien en voor zolang als dit volstrekt noodzakelijk is teneinde zijn verblijf te verzekeren dan wel de veiligheid en orde in het grenslogies te handhaven.
  1. Indien de tenuitvoerlegging van de in het tweede lid onder b bedoelde afzondering in het grenslogies op ernstige bezwaren stuit kan de directeur bevelen dat de afzondering in een andere ruimte als bedoeld in artikel 6 eerste lid van de Vreemdelingenwet 2000 wordt ondergaan.
  2. Alvorens de vreemdeling in afzondering wordt geplaatst op de grond als bedoeld onder b van het tweede lid, hoort de directeur hem, tenzij de veiligheid en orde in de inrichting dit niet toelaten of communicatie met hem niet mogelijk is.

Artikel 8

De directeur draagt zorg voor:

  1. de voorziening in het levensonderhoud van de vreemdeling, waaronder begrepen de verstrekking van zakgeld volgens door Onze Minister te stellen regels;
  2. de inrichting van de ruimten waarin de vreemdeling verblijft als eenvoudige logiesgelegenheid;
  3. de verstrekking van kleding en artikelen voor de persoonlijke verzorging van de vreemdeling, voorzover deze hierin niet zelf kan voorzien en voorzover deze noodzakelijk is voor zijn verblijf;
  4. de verlening van de noodzakelijke medische hulp aan de vreemdeling;
  5. de geestelijke verzorging van de vreemdeling;
  6. de organisatie van ontspanningsactiviteiten ten behoeve van de vreemdelingen.

Artikel 9

  1. De vreemdeling ontvangt bij zijn binnenkomst, zo mogelijk in een voor hem begrijpelijke taal, een afschrift van dit besluit alsmede van het in het grenslogies geldende huishoudelijke reglement.
  2. De directeur draagt er zorg voor dat de vreemdeling ten aanzien van wie afzondering als bedoeld in artikel 7, tweede lid onder b, is bevolen alsmede van wie een bezoeker de toegang tot het grenslogies is geweigerd, hieromtrent binnen 24 uur na voornoemd bevel of de weigering een schriftelijke mededeling ontvangt, zoveel mogelijk in een voor hem begrijpelijke taal.