Toezicht en Klachtrecht

Toezicht en Klachtrecht

Op deze pagina vindt u informatie over het klachtrecht in vreemdelingenbewaring. Wilt u weten hoe u een klacht kunt indienen? Klik dan hier.

Een gedetineerde heeft binnen een inrichting een zeer kwetsbare positie als gevolg van zijn geringe rechtspositie. Dit geld zeker voor mensen in vreemdelingenbewaring, doordat zij vaak hun rechten niet goed kennen, en de taal niet spreken. Het Meldpunt Vreemdelingendetentie helpt mensen in vreemdelingenbewaring bij het indienen van klachten en staat mensen bij in de verdere beklagprocedure.
In 1977 heeft de wetgever besloten het beklagrecht voor gedetineerden in het leven te roepen. Men is overgegaan tot het creëren van een onafhankelijke instantie; de Commissie van Toezicht. In hoofdstuk 11 van de Penitentiaire Beginselenwet is het beklagrecht voor gedetineerden geregeld. Een gedetineerde kan bij de beklagcommissie klagen over een hem betreffende door of namens de directeur genomen beslissing. Met een beslissing wordt gelijkgesteld het weigeren van het nemen van een beslissing door de directeur. De directeur draagt er zorg voor dat een gedetineerde die beklag wenst te doen daartoe zo spoedig mogelijk in de gelegenheid wordt gesteld. Beklag tegen algemene regels is uitgesloten, tenzij de verbondenheid van een lagere regel ten opzichte van een hogere regel aan de orde wordt gesteld.

Hieronder is het toezicht en het klachtrecht uiteengezet ten aanzien van:

– het regime in detentie

– het verblijf in een politiecel

– het Reglement Regime grenslogies

– de Penitentiaire Beginselenwet

– het vervoer

– de overige mogelijkheden op nationaal niveau

– de mogelijkheden op internationaal niveau

Het toezicht en het klachtrecht ten aanzien van het regime in detentie

De vreemdelingenrechter is niet bevoegd te beoordelen over klachten over de het regime binnen detentie. De vreemdeling is hiervoor aangewezen op de klachtenregelingen binnen detentie. Deze klachtenregelingen staan echter alleen open voor door of namens de directeur genomen maatregelen, straffen of het onthouden van regimaire rechten. Dit betekent dat klachten over het regime van de klachtenprocedures zijn uitgesloten. Hierover kan dus niet bij de vreemdelingenrechter worden geklaagd door vreemdelingen in detentie. Zij kunnen hiervoor slechts de weg bewandelen naar de voorzieningenrechter of de Nationale Ombudsman.

Sommige juristen menen echter dat de vreemdelingenrechter wel kan toetsen of het regime de vreemdelingen in detentie niet verder in hun grondrechten schaadt dan noodzakelijk is. Het is echter nog niet duidelijk of de opvatting van deze juristen juist is. Daarvoor moet zo’n zaak aan de rechter worden voorgelegd.

Verder kennen alle locaties ook nog toezichthoudende instanties die formeel niet fungeren als klachtinstantie. Zij hebben er vanwege hun toezichthoudende taak wel belang bij om op de hoogte te worden gesteld van de omstandigheden waaronder de vreemdelingenbewaring ten uitvoer wordt gelegd. Het is dan ook raadzaam deze toezichthoudende instanties te informeren over het regime.

Het toezicht en het klachtrecht ten aanzien van het verblijf in een politiecel

Het toezicht op politiecellen is geregeld in de Regeling Politiecellencomplex. Het toezicht vindt plaats door een onafhankelijke Commissie van Toezicht die wordt ingesteld door de korpsbeheerder. Deze commissie houdt toezicht op huisvesting, veiligheid, verzorging en bejegening. De Commissie doet dit door onaangekondigde bezoeken af te leggen, gesprekken met ingeslotenen te voeren en door dagrapporten en arrestantenadministratie in te zien. De Commissie geeft gevraagd en ongevraagd advies aan de korpsbeheerder, de burgemeester en het Openbaar Ministerie en zij maakt een jaarlijkse rapportage.

De Commissie houdt toezicht, maar is geen klachtencommissie tenzij de korpsbeheerder de commissie heeft belast met de behandeling van adviseren over klachten. Indien de Commissie niet als klachtencommissie optreedt, moet de korpsbeheerder een onafhankelijke klachtencommissie instellen. Het klachtrecht is geregeld in art. 61 e.v. Politiewet.

Medisch klachtrecht
Medische zaken vallen hier echter niet onder art. 61 e.v. Politiewet. Daarvoor moet een vreemdeling de reguliere klachtenprocedures met betrekking tot medische zorg bewandelen.

Het toezicht en het klachtrecht ten aanzien van het Reglement Regime Grenslogies

Het Reglement Regime Grenslogies geldt in grenshospitia, uitzetcentra, het passantenverblijf op Schiphol Oost en delen van detentiecentra waar vreemdelingen op grond van art. 6 in bewaring zijn gesteld. Ofwel, overal waar vreemdelingen in grensdetentie verblijven.

Het toezicht op deze locaties is geregeld in art. 10 en verder van het Reglement Regiem Grenslogies. Hier staat dat op elke locatie een Commissie van Toezicht moet zijn. Die houdt toezicht op de bejegening en de naleving van wettelijke voorschriften inzake het verblijf, neemt kennis van grieven en bemiddelt hierin en adviseert. De Commissie kan hiervoor de inrichting te allen tijde bezoeken, grieven met gedetineerden bespreken en boeken en bescheiden van de inrichting inzien.

Het Reglement Regime Grenslogies kent ook een klachtenregeling. Dit is geregeld in art. 15 en verder van het Reglement. Hier staat dat kan worden geklaagd over plaatsing in afzondering, weigering van bezoek, ontneming van bepaalde voorwerpen en iedere andere door/namens de directeur opgelegde maatregel waarbij wordt afgeweken van wettelijke voorschriften en voor zover deze verband houden met verblijf in grenslogies. Dergelijke klachten dienen binnen 14 dagen na het gebeuren te worden ingediend. Deze worden vervolgens behandeld door een onafhankelijke klachtencommissie die bestaat uit drie leden van de Commissie van Toezicht. Die verklaart de klacht geheel of gedeeltelijk gegrond indien een wettelijk voorschrift is geschonden of de beslissing of de maatregelen waarover wordt geklaagd bij afweging van alle in aanmerking komende omstandigheden onredelijk of onbillijk moet worden geacht. Er is geen beroep mogelijk tegen beslissingen van de Commissie van Toezicht, tenzij de vrijheidsontneming op grond van art. 6 Vreemdelingenwet ten uitvoer wordt gelegd op een locatie waar de Penitentiaire Beginselenwet van toepassing is. Ook kan de Klachtencommissie geen beslissing nemen die in de plaats komt van de beslissing van de directeur. Tevens kan de klachtencommissie de beslissing niet geheel of gedeeltelijk vernietigen of de tenuitvoerlegging van de beslissing geheel of gedeeltelijk te schorsen. Verder is er niet voorzien in een verhoor tijdens de klachtenprocedure.

Medisch klachtrecht

Er is geen klachtenregeling met betrekking tot het medisch handelen onder het Reglement Regime grenslogies. Hiervoor zijn de vreemdelingen aangewezen op de ‘gewone’ klachtprocedures met betrekking tot medische handeling.

Het toezicht en het klachtrecht ten aanzien van de Penitentiaire Beginselenwet

Het toezicht op penitentiaire inrichtingen is geregeld in art. 7 van de Penitentiaire Beginselenwet (Pbw), in art. 11 tot en met 20 van de Penitentiaire Maatregel en in de huishoudelijk reglementen. Deze zijn van toepassing op de huizen van bewaring en de detentiecentra waar vreemdelingen op grond van art. 59 Vreemdelingenwet in vreemdelingenbewaring verblijven.

Het toezicht wordt uitgevoerd door een onafhankelijke Commissie van Toezicht die op elke locatie aanwezig moet zijn. Deze Commissie bestaat uit tenminste zes leden met hierin tenminste één met rechtspraak belast lid van de rechterlijke macht, één advocaat, één medicus en één deskundige uit het maatschappelijk werk. De Commissie heeft tot taak toezicht te houden op de wijze van tenuitvoerlegging door de penitentiaire inrichting, kennis te nemen van grieven van gedetineerden, zorg te dragen voor de behandeling van klaagschriften en gevraagd en ongevraagd te adviseren aan de ministers, de directeur van de inrichting en de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ). De commissie stelt zich door persoonlijk contact met de gedetineerden regelmatig op de hoogte van onder hen levende wensen en gevoelens, zij heeft te allen tijde toegang tot alle plaatsen in de inrichting waar zij grieven met gedetineerden kan bespreken en zij heeft inzagerecht in boeken en bescheiden. Verder vergadert de commissie maandelijks.

Het klachtrecht onder de Penitentiaire Beginselenwet is geregeld in art. 60 en verder van de Pbw. Hier staat dat gedetineerden kunnen klagen over een de gedetineerde betreffende beslissing door of namens de directeur genomen. Zij moeten hun klacht binnen 7 dagen indienen bij een onafhankelijke klachtencommissie die bestaat uit drie leden van de Commissie van Toezicht. Daarbij kan om een voorlopige schorsing van de beslissing worden gevraagd. Een klacht is gegrond als de beslissing in strijd is met een in de inrichting geldend wettelijk voorschrift of een ieder verbindende Verdragsbepaling of als de beslissing waarover wordt geklaagd bij afwegen van alle in aanmerking komende belangen onredelijk of onbillijk moet worden geacht, Indien de klacht gegrond wordt verklaard, vernietigt de Beklagcommissie de beslissing geheel of gedeeltelijk. Zowel de klager als de directie van de inrichting kan vervolgens beroep instellen tegen de beslissing bij de beroepscommissie van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming.

Medisch klachtrecht

Onder de Penitentiaire Beginselenwet kan ook worden geklaagd over het medisch handelen van de inrichtingsarts, de verpleegkundige of andere hulpverlener die door de inrichtingsarts bij de zorg aan gedetineerden zijn betrokken. Deze klachtenprocedure wijkt wel wat af van de hierboven beschreven beklagregeling. Voor het indienen van de klacht moet namelijk eerst binnen 14 dagen bemiddeling vragen bij het hoofd zorg van de medische dienst in het detentiecentrum. Als het antwoord van het hoofd zorg niet voldoet, kan hiertegen binnen 7 dagen een beroepsschrift worden ingediend bij een speciale beroepscommissie van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, bestaande uit een jurist en twee artsen. Zo’n beroepschrift kan worden ingediend tegen a) enig handelen in het kader van of nalaten in strijd met de zorg die de inrichtingsarts en andere hiervoor genoemde personen in die hoedanigheid behoren te betrachten ten opzichte van de gedetineerde met betrekking tot wiens gezondheidstoestand zij bijstand verlenen of hun bijstand is ingeroepen, of b) enig ander dan onder a bedoeld handelen of nalaten in die hoedanigheid in strijd met het belang van een goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg.

Hier vindt u de procedure voor het indienen van een medische klacht, en voorbeeldformulieren.

Het toezicht en het klachtrecht ten aanzien van het vervoer

De verantwoordelijkheid voor het vervoer is onduidelijk geregeld. Afhankelijk van het type vervoer ligt de verantwoordelijkheid voor het vervoer bij de directeur van de inrichting van waaruit een gedetineerde wordt vervoerd, bij de vervoerende instantie zelf of bij de instantie die opdracht tot het vervoer heeft gegeven.

Voor vervoer onder verantwoordelijkheid van de politie of de Koninklijke Marechaussee zijn de daar geldende toezicht- en klachtenprocedures van toepassing.

De onduidelijkheid rondom het toezicht op het vervoer heeft in 2007 geleid tot de oprichting van de Regeling Commissie Integraal Toezicht Terugkeer. Deze Commissie houdt toezicht op het totale terugkeerproces en heeft tot taak aanbevelingen te doen over de werkwijze en de werkomstandigheden rondom terugkeer, de regelgeving, instructies voor het terugkeerproces en het gebruik van dwangmiddelen.

Het blijft echter een ingewikkelde vraag tot welke instantie een vreemdeling zich kan wenden om zich te beklagen over incidenten die tijdens het vervoer hebben plaatsgevonden. Is het vervoer uitgevoerd door en onder verantwoordelijkheid van de politie of de KMar, dan gelden daarvoor geen aparte klachtenregelingen maar zijn de reguliere klachtenprocedures met betrekking tot het optreden van functionarissen van deze diensten van toepassing. Is het vervoer uitgevoerd door en onder verantwoordelijkheid van (de directeur van) een penitentiaire inrichting, dan kan de vreemdeling zich wenden tot de beklagcommissie van de inrichting overeenkomstig art. 60 Pbw en verder. Gaat het echter om vervoer uitgevoerd door de Dienst Vervoer en Ondersteuning dan is het antwoord op de vraag minder gemakkelijk te geven. Vindt het vervoer niet plaats in opdracht van de inrichting, zoals bij het uitzettingsvervoer, dan kan de vreemdeling niet terugvallen op een specifieke klachtenregeling, tenzij het klachten betreft over het niet-nakomen door de inrichting van verplichtingen die zijn neergelegd in de Circulaire Richtlijnen bestemd voor de inrichtingen aangaande het vervoer. Daarbij kan het gaan om het niet meegeven van eten en drinken, het niet meegeven van medicijnen, het niet-nakomen van bagagevoorschriften, enzovoorts. In dergelijke situaties is de beklagcommissie van de betreffende inrichting bevoegd de klacht te behandelen. Ook handelingen van de medewerkers van de Dienst Vervoer en Ondersteuning, aan wie het inrichtingsvervoer door de inrichting is opgedragen, vallen, zo valt uit de jurisprudentie van de beroepscommissie van de RSJ op te maken, onder de verantwoordelijkheid van de directeur van de verzendende inrichting en zijn als zodanig dus ook klachtwaardig.

Overig toezicht en klachtmogelijkheden op nationaal niveau

Naast bovengenoemde toezicht- en klachteninstanties zijn er nog andere nationale en internationale instanties die toezicht (kunnen) uitoefenen op plaatsen waar van de vrijheid van vreemdelingen wordt ontnomen en/of waar klachten over de wijze van tenuitvoerlegging kunnen worden ingediend.

De Nationale Ombudsman neemt bijvoorbeeld regelmatig zaken in behandeling met betrekking tot klachten inzake de bejegening van gedetineerden.

De Inspectie voor de Sanctietoepassing oefent toezicht uit. Zij richt zich op alle tot de Dienst Justitiële Inrichtingen behorende inrichtingen en landelijke diensten, dus ook op inrichtingen waar vreemdelingen verblijven. Ook houdt zij toezicht op vervoer. De Inspectie let bij het toezicht vooral op de effectiviteit en kwaliteit van de uitvoering, in het bijzonder op de aspecten bejegening en beveiliging en het daaraan gerelateerde beleid. Zij is bevoegd tot inzage in alle zakelijke gegevens en bescheiden die voor de vervulling van haar taak van belang zijn en heeft te allen tijde toegang tot alle locaties waar sancties ten uitvoer worden gelegd. De Inspectie fungeert niet als klachtencommissie, maar klachten en incidenten kunnen wel aanleiding vormen tot het instellen van bijvoorbeeld een incidentenonderzoek. Dit is in het verleden herhaaldelijk gebeurd.

Tot slot houdt de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming zich bezig met het toezicht. Zij onderhoudt veel contacten met de commissies van toezicht bij de penitentiaire inrichtingen en verwerkt de informatie van deze commissies in haar adviezen. En als beroepsinstantie voor de beklagcommissies en de medische bezwarenprocedure heeft de Raad een belangrijke functie in het bewaken van de wijze waarop de vreemdelingendetentie en andere aspecten van het uitzetproces wordt uitgevoerd.

Toezicht en klachtmogelijkheden op internationaal niveau

Op internationaal niveau bestaan er ook verschillende instanties met een toezichthoudende of rechtsprekende taak.

Bijvoorbeeld het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Dit Hof bewaakt het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en dient als Beroepsinstantie nadat nationale gerechtelijke procedures doorlopen zijn. Het gaat dan met name om art. 3 (verbod op onmenselijke of vernederende behandeling), art. 5 (recht op vrijheid), art. 6 (recht op een eerlijk proces), art. 8 (recht op privé- en gezinsleven) en art. 13 (recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel).

Het Europees Hof maakt bij zijn beslissingen gebruik van de rapporten van de Committee for the Prevention of Torture and Inhuman and Degrading Treatment or Punishment (CPT) van de Raad van Europa. Dit comité houdt toezicht op de naleving van het gelijknamig verdrag in de lidstaten van de Raad van Europa, door periodieke, ad hoc- en vervolgbezoeken te brengen aan plaatsen waar mensen van hun vrijheid zijn beroofd, zoals politiecellen, penitentiaire inrichtingen en uitzetcentra, psychische inrichtingen, enzovoorts. De rapporten van deze bezoeken worden gepubliceerd en vormen de basis van de General Standards die door de CPT worden ontwikkeld en als rechtsvormend mensenrechteninstrument doorwerken in de nationale wet- en regelgeving. Hoewel de CPT geen klachteninstantie is, vormen klachten wel een belangrijke bron van informatie voor de toezichtbezoeken en zijn deze ook relevant voor de selectie door het CPT van ad hoc-bezoeken en voor de thema’s of plaatsen die daarbij speciale aandacht verdienen. Uit de rapporten van de CPT blijkt dat de laatste jaren een toenemende aandacht valt waar te nemen voor vreemdelingendetentie. In een aantal gevallen worden klachten ook doorgestuurd naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

In navolging van het Committee for the Prevention of Torture and Inhuman and Degrading Treatment or Punishment van de Raad van Europa wordt nu ook op internationaal niveau een dergelijk comité opgericht. Dit comité ziet toe op naleving van de Convention Against Torture (CAT) dat binnen de Verenigde Naties van kracht is. Het is echter nog niet bekend waneer dit comité haar werkzaamheden zal beginnen.