Geboeid vervoer

Geboeid vervoer

Regelmatig komt het voor dat ingesloten vreemdelingen vervoerd moeten worden naar publieke ruimtes zoals het ziekenhuis, de rechtbank of het consulaat. Er wordt dan ook vaak gebruik gemaakt van vrijheidsbeperkende middelen zoals handboeien, een broekstok of een buikriem. Deze middelen mogen alleen ingezet worden als dat noodzakelijk is voor de veiligheid of openbare orde. Er moet dan een belangenafweging worden gemaakt welke per individueel geval gemotiveerd moet worden. Bij het vervoer van vreemdelingen bestaat een zwaarder wegend belang om geen vrijheidsbeperkende middelen te gebruiken omdat zij geen strafrechtelijke gedetineerden zijn. Dit heeft als gevolg dat vreemdelingen niet verder beperkt mogen worden in hun grondrechten dan nodig is voor het doel en handhaving van de vreemdelingendetentie (art. 5.4 Vreemdelingenbesluit). Niettemin worden zij regelmatig geboeid vervoerd zonder dat er een duidelijke aanleiding bestaat. Bij geboeid vervoer naar het ziekenhuis komt het ook regelmatig voor dat de medische privacy van vreemdelingen geschonden wordt, lees daarover meer op deze pagina.

Wie is verantwoordelijk voor het vervoer van ingesloten vreemdelingen?

De Dienst Vervoer en Ondersteuning (DV&O) is verantwoordelijk voor het vervoer van alle ingeslotenen, dus ook voor het vervoer van mensen in vreemdelingendetentie. De DV&O heeft geen eigen klachtencommissie waardoor klachten ingediend moeten worden via de reguliere klachtenprocedure bij de Commissie van Toezicht (CvT). Dit wordt de ‘lange arm constructie’ genoemd. Dit betekent dat de directeur van het detentiecentrum waar de klager is ingesloten verantwoordelijk wordt gehouden voor de uitvoering van het vervoer. Met de inwerkingtreding van de Veegwet in 2021 krijgt de DV&O een eigen klachtencommissie.

Wanneer is geboeid vervoer beklagwaardig?

Vrijheidsbeperkende middelen mogen alleen ingezet worden indien dit noodzakelijk is voor de veiligheid of openbare orde (art. 35 lid 1 Pbw en art. 10 Geweldsinstructie penitentiaire inrichtingen). Om te bepalen of de inzet van deze middelen noodzakelijk is moet er een individuele belangenafweging worden gemaakt. Hierbij wordt het belang van de openbare orde en veiligheid afgewogen tegen het belang van de ingeslotene om niet geboeid te worden. Deze afweging moet per geval gemotiveerd worden en schriftelijk medegedeeld (art. 23 jo. 24 lid 2 sub c Regeling vervoer van justitiabelen en art. 6 lid 3 jo. 26 Circulaire Dienstinstructie bestemd voor het vervoer van justitiabelen door DV&O). Als een vreemdeling geboeid wordt terwijl er geen (schriftelijke) belangenafweging heeft plaatsgevonden dan is dit onrechtmatig.

Waar kan ik me in mijn klacht nog meer op beroepen?

Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens

De onrechtmatige toepassing van vrijheidsbeperkende middelen kan een vernederende en/of onmenselijke behandeling opleveren (schending van art. 3 EVRM).

Nationale Ombudsman

De Nationale Ombudsman heeft in een rapport van 3 oktober 2013 haar zorgen geuit over het geboeid vervoeren van ingeslotenen vreemdelingen. De aanbeveling wordt gedaan om vreemdelingen niet te boeien tijdens transport tenzij zij op een lijst staan vermeld als vluchtgevaarlijk. Ook moeten er duidelijke afspraken worden gemaakt met de DV&O over wanneer afgeweken mag worden van het advies van de directeur over het boeien.

Jaarrapportages CvT Zeist 2014, 2015 en 2016

In de jaarrapportages uit 2014, 2015, en 2016 van de Commissie van Toezicht in Zeist wordt het systematisch gebruik van handboeien door de DV&O als probleem aangekaart. 

Rapport CPT 2016

In 2016 heeft de CPT een factsheet gepubliceerd over het vervoer van gedetineerden. Volgens de CPT moet dit altijd op een humane en veilige manier gebeuren. Dit heeft ook betrekking op vreemdelingendetentie.

Kan ik voor onrechtmatig geboeid vervoer een schadevergoeding krijgen?

Dit verschilt per geval. Uit dit uitsprakenoverzicht van de CvT volgt dat de hoogte van de schadevergoeding tussen de €5 en €60 is afhankelijk van de omstandigheden.

Wat zegt de jurisprudentie?

20 juli 2017, CvT KC 2017/033

Volgens de directeur moest klager geboeid worden naar het ziekenhuis omdat dit een openbare ruimte is. De beklagcommissie gaat hier niet in mee. Er is niet gebleken dat het noodzakelijk was om klager te boeien in deze specifieke situatie. Het boeien was daarom niet proportioneel. Klager wordt in het gelijk gesteld.

21 november 2011, RSJ 11/1555/GA

Volgens de directeur moeten ingeslotenen als regel geboeid worden bij een bezoek aan het ziekenhuis omdat dit geen beveiligde omgeving is. De beroepscommissie gaat hier niet in mee en stelt dat in elk individueel geval opnieuw bekeken en gemotiveerd moet worden of de boeien noodzakelijk zijn. Klager wordt in het gelijk gesteld.

24 januari 2011, RSJ 10/2007/GA, 24 januari 2011

De directeur heeft onvoldoende gemotiveerd waarom het noodzakelijk was om klager geboeid te vervoeren. Het beklag is gegrond.

15 februari 2008, RSJ 07/3110/GA

Klager werd geboeid vervoerd naar het ziekenhuis terwijl hij last had van migraine. Doordat hij geboeid was kon hij zijn ogen niet afschermen voor het licht. Klager heeft om die reden afgezien van het transport en de ziekenhuisafspraak. Volgens de directeur moes klager de kosten betalen voor het geannuleerde transport. De beroepscommissie bepaalt dat dit onredelijk is en stelt klager in het gelijk.

Wilt u een voorbeeld klacht ontvangen over dit onderwerp? Neem dan gerust contact op met het Meldpunt vreemdelingendetentie!