Meneer M. zat drie maanden in detentie voordat hij werd vrijgelaten. Hij is een extreem slechtziende man met slechts vijf procent zicht. Hij kwam naar Nederland met een medisch visum vanwege een ernstig oogprobleem dat dringend medische aandacht vereiste. In plaats van deze medische zorg te ontvangen, werd hij opgepakt en geplaatst in Detentiecentrum Rotterdam.
Tijdens zijn detentie hadden wij intensief contact met meneer M. Naast telefonische gesprekken bezochten wij hem regelmatig om hem te ondersteunen waar nodig.
Gedurende zijn detentie werd meneer M. drie keer in isolatie geplaatst. In totaal zat hij 24 dagen zonder zijn medicatie, wat een ernstige impact had op zowel zijn fysieke als mentale gezondheid. Eén keer werd hij naar de luchthaven gebracht met het oog op uitzetting. In de loop van de tijd werden drie vliegtickets voor zijn deportatie geboekt. Al deze uitzettingen werden uiteindelijk geannuleerd en uiteindelijk werd hij vrijgelaten.
Op de dag van zijn vrijlating waren de medewerkers van het Meldpunt in rep en roer. Meneer M. was in de tussentijd een vast onderdeel van onze dagelijkse werkzaamheden geworden.
Die dag werd hij om 15.30 uur geïnformeerd dat hij rond 17.00 uur het detentiecentrum zou moeten verlaten. Hoewel hij graag vrij wilde zijn, twijfelde hij. Hij had geen slaapplek, kende niemand in Europa en met slechts vijf procent zicht is zelfs het vinden van een eenvoudige route vrijwel onmogelijk.
Toch had hij geen keuze. Hij pakte één van zijn zeven grote koffers, meer kon hij niet dragen, en liep het Detentiecentrum Rotterdam uit, zonder enig idee waar hij naartoe moest. Uiteindelijk hielp iemand hem op straat met het vinden van het busstation. De bus bracht hem naar Rotterdam Centraal, waar opnieuw een grote uitdaging op hem wachtte.
Onderweg werd hij gebeld door een mede-ingeslotene, die hem wees op een organisatie die mogelijk hulp kon bieden. Meneer M. durfde de organisatie bijna niet te bellen. Hij vond het zenuwslopend, omdat hij niet wist of zij een ongedocumenteerde persoon zouden opvangen. Toch waagde hij het. Na dat ene telefoontje had hij ineens een bestemming: België, waar iemand van de organisatie hem op het station zou opwachten.
Eenmaal aangekomen op Rotterdam Centraal wist hij niet waar hij heen moest. Hij kon het niet zien, sprak geen Nederlands en was onbekend met het station. Hij bleef rondjes lopen, zoekend naar houvast. Achteraf gaf hij aan doodsbang te zijn en zichzelf voortdurend moed te hebben ingesproken. Gelukkig hielp ook hier iemand hem bij het vinden van de juiste trein.
Om 22.15 uur bereikte hij zijn bestemming. Achteraf noemt hij het een wonder: niet alleen dat hij werd vrijgelaten, maar ook dat hij werd gezien, geholpen en uiteindelijk in België werd opgevangen door precies de juiste mensen.
Eenmaal in België aangekomen, kreeg meneer M. te horen dat zijn detentie zelf een vergissing bleek te zijn.
Bij het Meldpunt ontvangen wij regelmatig meldingen over vrijlatingen. Deze brengen een mengelmoes van gevoelens teweeg bij ongedocumenteerden. Enerzijds is er blijdschap over de vrijlating, omdat zij na een langdurige detentieperiode eindelijk vrij zijn. Anderzijds overheersen angst en wanhoop, omdat zij vaak niet weten waar zij in Nederland terechtkunnen en daardoor snel op straat belanden. Veel ongedocumenteerden raken zo tussen wal en schip na hun vrijlating.
Het is onduidelijk hoeveel vrijlatingen er jaarlijks plaatsvinden, omdat dit niet nauwkeurig wordt bijgehouden.
